Juni 2020 was wereldwijd op één na warmste junimaand

Wilfred Janssen
Wilfred Janssen 8 juli 2020 14:42 uur
Laatste update: 8 juli 2020 15:02 uur
Afgelopen juni was gemiddeld over de wereld de op één na warmste junimaand sinds het begin van de satellietmetingen in 1979. Het verschil met de recordhouder is minimaal.

Juni 2020 was op één na warmste

Afgelopen juni was gemiddeld over de wereld 0.53 graden warmer dan het langjarig gemiddelde over de periode 1981 tot en met 2010. Iets meer dan een halve graad verschil klinkt weinig, maar dat is het zeker niet. Slechts één junimaand was warmer. De gemiddelde wereldtemperatuur van juni 2019 was met een afwijking van 0.54 graden slechts 0.01 graad warmer, een minimaal verschil!

De grootste positieve temperatuurafwijking in juni vinden we terug in delen van Siberië; lokaal wel tot zo'n 10 graden hoger dan normaal! In ons land zou een dergelijke afwijking betekenen dat de maand maart net zo warm zou verlopen als een iets te warme junimaand, absurd dus! In onder andere het westen van Rusland en vrijwel heel het Middellands Zeegebied was het juist kouder dan normaal in juni.

De temperatuurafwijking ten opzichte van het langjarig gemiddelde van 1981-2010. Veel rood op de kaart, vrij weinig blauw. Het was de op één na warmste juni sinds het begin van het bijhouden van de wereldgemiddelde temperatuur in 1979. Het verschil met de recordhouder is erg klein.

De wereldgemiddelde temperatuur wordt uitgerekend door het Europees weerinstituut Copernicus. Hiervoor worden waarnemingen van weerstations en weersatellieten met elkaar gecombineerd. Omdat in het verre verleden geen satellieten bestonden, zijn gegevens beschikbaar sinds 1979. 

Afgelopen 12 maanden absurd warm

De afgelopen 12 maanden zijn gemiddeld over de wereld absurd warm verlopen. De temperatuurafwijking was maar liefst 0.65 graden ten opzichte van het klimatologisch gemiddelde. Daarmee zijn de afgelopen 12 maanden wat temperatuur betreft gelijk aan de 12-maandse periodes die eindigden in mei 2020 en september 2016.

Door temperaturen over een lopende periode van 12 aaneengesloten maanden te middelen, worden variaties op korte termijn en lokale verschillen uitgemiddeld. De eerste periode van 12 maanden die zo warm verliep, van oktober 2015 tot en met september 2016, verliep zo warm door een uitzonderlijk sterke El Niño; een groot gebied met zeer hoge zeewatertemperaturen. De 12-maandse periodes voorafgaand aan mei 2020 en juni 2020 kenden geen uitzonderlijk sterke El Niño, wat de grote temperatuurafwijking alleen maar opvallender maakt.

Zowel wereldwijd als in Europa warmt de aarde gestaag op. Samen met de 12 maanden voorafgaand aan september 2016 en mei 2020 waren ook de afgelopen 12 maanden gemiddeld absurd warm. Het verschil met de twee voorgaande periodes was niet meetbaar. Deze periode was echter geen sterke El Niño aanwezig, wat in 2016 wél het geval was...

Anderhalve graad bijna gehaald

In IPCC-klimaatrapporten wordt altijd gerefereerd naar het klimaat voor de industrialisatie in de 19e eeuw. Uit klimaatstudies blijkt dat het langjarig gemiddelde in de periode 1981 tot en met 2010 zo'n 0.63 graden hoger is dan de wereldgemiddelde temperatuur voor de industrialisatie. Dat betekent dat de aarde inmiddels 1.3 graden is opgewarmd ten opzichte van de periode voor de industrialisatie.

In de afgelopen decennia, grofweg vanaf 1970, warmt de aarde ongeveer 0.2 graden per 10 jaar op. Wanneer de opwarming van de aarde dit tempo aanhoudt, gaan we dus rond het jaar 2030 de gestelde grens van 1.5 graden bereiken.

Het ziet er niet naar uit dat de wereldgemiddelde temperatuur voorlopig ook maar in de buurt van het klimatologisch gemiddelde komt. Daarvoor is een langere periode nodig met temperaturen rond of beneden normaal. Al sinds 2002 is het lopend 12-maandelijks wereldgemiddelde temperatuur niet meer onder het klimatologisch gemiddelde gedaald.

Deel:

Files en vertragingen