Op één na warmste winter ooit gemeten

Extreem zacht en vrij nat

Van onze weerman

Wilfred Janssen
Wilfred Janssen 28 februari 2020 11:41 uur
Laatste update: 28 februari 2020 16:17 uur
De winter van 2019-2020 gaat de boeken in als een extreem zachte winter. Van winter was eigenlijk amper sprake. Daarnaast was het gemiddeld over het land vrij nat, het aantal zonuren was ongeveer zoals gemiddeld.

Winter was uitzonderlijk zacht

Door de hoge temperaturen zijn veel bloemen en planten al vroeg in de voorjaarsmodus. Foto: Stan S.H.N. Lafleur.

De meteorologische winter van 2019-2020 gaat de boeken in als extreem zacht. Met een gemiddelde temperatuur in De Bilt van 6,4 graden, tegenover 3,4 gemiddeld, hebben we de op één na warmste winter sinds het begin van de metingen in 1901 beleefd. Alleen de winter van 2006-2007 was met een gemiddelde temperatuur van 6,6 graden warmer.

Tijdens deze zeer zachte winter kwam het in De Bilt 15 keer tot lichte vorst (minimumtemperatuur lager dan 0,0 graden), tegenover 38 dagen gemiddeld. Matige vorst (minimumtemperatuur -5,0 graden of lager) werd niet gemeten, wat na de winters van 1916, 1989 en 2014 voor de vierde keer sinds 1901 is.

Er zijn ook geen landelijke ijsdagen voorgekomen; we spreken van een ijsdag als de temperatuur de hele dag onder het vriespunt bleef. Alleen in het Limburgse Ell bleef het kwik op 21 januari het gehele etmaal onder nul: de maximumtemperatuur was -0,1 graden.

De laagst gemeten temperatuur deze winter was in Maastricht. Op 21 januari daalde de temperatuur naar -5,4 graden. In Arcen is op 16 februari de hoogste temperatuur van deze meteorologische winter gemeten. Het werd toen maar liefst 18.3 graden doordat storm Dennis zeer zachte lucht met zich meebracht.

Winters halve graad opgewarmd

De meteorologische winter van 2019-2020 is de laatste winter van de huidige klimaatperiode. Vanaf volgende winter wordt vergeleken met de gemiddelden van de periode 1991-2020 in plaats van 1981-2010. In de nieuwe klimaatperiode zijn winters maar liefst 0,5 graden opgewarmd! De gemiddelde wintertemperatuur in de periode 1981-2010 was 3,4 graden, voor 1991-2020 is dat 3,9 graden.

In de nieuwe norm, die geldt vanaf volgend jaar, is het gemiddeld aantal vorstdagen in De Bilt gedaald van 38 naar 34. Het aantal dagen met matige vorst van 11 naar 9 en het aantal ijsdagen van 7 naar 6.

Februari zorgt voor natte winter

De vele neerslag in februari zorgde op veel plaatsen voor hoge waterstanden. Foto: Gerrit Stronks.

Dankzij een zeer natte februari gaat de winter van 2019-2020 de boeken in als een vrij natte winter. Gemiddeld over het land viel ongeveer 240 millimeter neerslag tegenover 192 millimeter gemiddeld over de periode 1981-2010. Dankzij de veelal hoge temperaturen deze winter is vrijwel alle neerslag als regen gevallen. Op 22 en 28 januari werd het wel op enkele plaatsen wit door natte sneeuw of uitsneeuwende mist. Op 26 en 27 februari viel vooral in het zuiden op meerdere plaatsen sneeuw.

Zoals gezegd viel veruit de meeste neerslag in februari. De maanden december en januari waren gemiddeld over het land juist aan de droge kant.

Naast dat winters warmer zijn geworden, zijn de winters in ons land ook een fractie natter geworden. In de nieuwe klimaatnorm, die vanaf volgend jaar geldt, is gemiddeld over het land ongeveer 199 millimeter normaal. Dat is 7 millimeter meer dan in de huidige klimaatperiode.

Normaal aantal zonuren

Je verwacht het waarschijnlijk niet, maar de afgelopen meteorologische winter gaat de boeken in als een winter met een normaal aantal zonuren. Gemiddeld over het land scheen de zon ongeveer 190 uur, tegenover 195 gemiddeld over 1981-2010. Januari en februari verliepen beide vrij somber. Het was vooral december die met gemiddeld over het land 74 uur zon zeer zonnig verliep. 

Zoals zo vaak scheen de zon deze winter het vaakst in het zuidwesten van het land. In het noordoosten was het een flink stuk somberder met zo'n 60 uren zon minder dan in Zeeland. In het midden van het land was de winter ook somberder dan gebruikelijk.

In de afgelopen jaren zijn de winters wel een flink stuk zonniger geworden. Bij het ingaan van de nieuwe klimaatnorm vanaf volgende winter is het normaal aantal zonuren ongeveer 215, dus 20 meer dan in de huidige klimaatnorm. Dit komt mede door het minder vaak voorkomen van mist dankzij een verbeterde luchtkwaliteit.

Stormen, weeralarm en warmterecords

Stormen in februari zorgden soms voor veel overlast. Foto: Anne-Marie van Iersel.

Opvallend deze winter waren de stormen, zeker in de maand februari. Na een stormloze herfst kregen we 15 december voor het eerst met storm in ons land te maken. Op Vlieland werd een uur lang windkracht 9 gemeten. In februari kregen we met nog vier stormen te maken. Op 9 februari hadden we de primeur: de eerste storm met een naam, Ciara. Het KNMI gaf code oranje uit voor deze storm en op grote schaal kwamen zware tot zeer zware windstoten voor. Een week later kregen we met Dennis, de tweede storm met een naam, te maken. De overige stormen waren niet zwaar genoeg om een naam te ontvangen.

In het slot van de meteorologische winter werd het ook echt een beetje winter. Foto: Ben Saanen.

Het meest opvallende was misschien nog wel het weeralarm, code rood, voor mist tijdens nieuwjaarsnacht. Voor het eerst in de geschiedenis van het KNMI is een weeralarm voor mist uitgegeven. Op veel plaatsen in het noorden liep toen, dankzij onder meer kruitdampen, het zicht terug naar 10 tot 20 meter.

In deze zachte winter kwam het ook twee keer tot warmterecords. In De Bilt verliepen 31 januari en 16 februari recordzacht. Andere opvallende records waren de luchtdrukrecords in het zuiden van het land op 20 januari. Op een enkele plaats liep de luchtdruk op tot tegen 1050 hPa, extreem hoog voor ons land.

Deel:

Files en vertragingen