Sneeuwval in Nederland

Wilfred Janssen
Wilfred Janssen 4 februari 2021 21:00 uur
Laatste update: 5 februari 2021 13:29 uur
In dit artikel vertellen we je alles over sneeuw in Nederland: hoe vaak het sneeuwt, hoe veel en op hoeveel plaatsen. Ook de verandering in sneeuwklimatologie komt aan bod.

Sinds het bijhouden van sneeuwval in Nederland op meer dan 300 locaties, vanaf 1 januari 1956, is elke winter in ons land wel ergens een sneeuwdek waargenomen. Er zijn winters met slechts een klein aantal dagen met een (lokaal) sneeuwdek en natuurlijk winters waar sneeuw in overvloed aanwezig was. Als gevolg van de opwarming van de aarde zien we wel wat dingen veranderen in sneeuwval. In dit artikel gaan we daar uitgebreid op in.

Wanneer kunnen we sneeuw verwachten?

Volgens het langjarig gemiddelde wordt gemiddeld rond 7 december voor het eerst in het winterseizoen een (lokaal) aaneengesloten sneeuwdek waargenomen. De eerste dag in het winterseizoen waarop een sneeuwdek wordt gemeld, verschilt wel sterk van winter tot winter. In 1975 was dat bijvoorbeeld extreem vroeg, al op 13 oktober. In de winter van 2020 werd pas op 10 februari het eerste sneeuwdek gemeld.

Sneeuw in het voorjaar is in ons land ook niet uniek. Niet zelden kan in maart een sneeuwdek ontstaan, ook in april en mei is wel eens sneeuw waargenomen. Sterker nog, 3 maart 2005 is de meest sneeuwrijke dag sinds de sneeuwmetingen in ons land. In maar liefst 98% van het land was een sneeuwdek aanwezig en in het zuidoosten van Drenthe lag bijna 60 centimeter!

Waar valt het vaakst sneeuw?

In Nederland zien we vrij grote verschillen als het gaat om het gemiddeld aantal sneeuwdekdagen per winter. Dit heeft allemaal te maken met de relatief warme Noordzee. Door de Noordzee is het gemiddeld aantal sneeuwdekdagen in het westen en zuidwesten van het land een factor vier lager dan in de hoger gelegen gebieden in het oosten en zuidoosten van het land. 

In Zeeland wordt in een gemiddelde winter op zo'n 2 à 3 dagen een sneeuwdek waargenomen. Op en rond de Veluwe en in het zuiden van Limburg is het aantal sneeuwdekdagen in een gemiddelde winter 11 à 12. 

Hoe vaak ligt er sneeuw in Nederland?

In Nederland ligt elk winterseizoen op ongeveer 29 dagen ergens in ons land een aaneengesloten sneeuwdek van ten minste 1 centimeter dik. Op meer dagen wordt wel sneeuwval waargenomen, maar het blijft niet altijd liggen. Het aantal dagen waarop een sneeuwdek ergens in Nederland wordt waargenomen, neemt wel snel af. Dit komt mede als gevolg van de opwarming van de aarde.

Halverwege vorige eeuw was op 58 dagen ergens in ons land een sneeuwdek van ten minste 1 centimeter te vinden. In de decennia daarna is dat aantal teruggelopen van 40 dagen in de periode 1971-2000 en 37 dagen in de periode 1981-2010. Met nog 29 sneeuwdekdagen in de huidige klimaatperiode is het aantal sneeuwdekdagen in een halve eeuw tijd gehalveerd.

Het aantal dagen met een sneeuwdek ergens in ons land per winterseizoen sinds 1956. De trend is duidelijk, een sterke afname, maar met grote verschillen per winterseizoen.

De meeste (lokale) sneeuwdekdagen werden waargenomen in de winter van 1970: maar liefst 126 dagen! De winter van 2014 was het andere uiterste, slechts vijf lokale sneeuwdekdagen.

Grootschalige sneeuwval wordt zeldzamer

Sinds 1956 is tot nu toe elke winter ergens in Nederland wel een lokaal sneeuwdek waargenomen van ten minste 1 centimeter dik. Grootschalige sneeuwval is een stuk zeldzamer. Gemiddeld over de periode 1991 tot en met 2020 kent Nederland 5 dagen waarop minstens de helft van Nederland is bedekt onder een aaneengesloten laag sneeuw van ten minste 1 centimeter dik. 

Net als de lokale sneeuwdekdagen worden ook de dagen waarop minstens de helft van Nederland is bedekt met sneeuw snel minder. Tien jaar geleden was de norm niet veel hoger, zo'n 6 dagen per winterseizoen. In de periode 1971-2000 was het gemiddeld aantal grootschalige sneeuwdekdagen ongeveer 7 en halverwege vorige eeuw kende Nederland gemiddeld 12 van dat soort dagen per winterseizoen.

Het aantal grootschalige sneeuwdekdagen in Nederland neemt steeds verder af, maar de variatie tussen winters is groot.

De verschillen tussen winters zijn echter groot. In 17 van de 64 winters sinds 1956 is een grootschalig sneeuwdek niet voorgekomen en in 20 van de 64 winters was het aantal grootschalige sneeuwdekdagen 10 of hoger. Als we kijken naar het aantal winters in de afgelopen dertig jaar mét of zonder grootschalige sneeuwdekdag, dan komt een grootschalig sneeuwdek in twee van de drie winters voor. Halverwege vorige eeuw gebeurde dit in negen van de tien winters.

De winter van 1963 telde maar liefst 64 grootschalige sneeuwdekdagen en is daarmee fier koploper. De winter van 1979 volgt met 38 dagen op een tweede plaats en de winter van 2010 met 32 dagen als derde.

Deel:

Files en vertragingen