Raymond Klaassen

Modelgefluister: Meer dan 40 graden???

16 juli 2018 11:48 uur (bijgewerkt: 17 juli 2018 09:15 uur)
Het was weer zo een ochtend. De nieuwe weerpluim kwam binnen en we werden onaangenaam verrast: De pluim liet een waarde van 42 graden zien! Ik kan mij niet herinneren dat ik een dergelijke waarde ooit in een Nederlandse langetermijnverwachting heb gezien.

42 graden. Echt?

42 graden, dat is wel heel erg heet. Sinds er in Nederland door het KNMI gemeten wordt is het nog nooit zo warm geworden. De hoogste temperatuur die in ons land op een officieel meetpunt is gemeten is 38,6ºC in Warnsveld. Dit zou dus bizar warm zijn. Onwaarschijnlijk warm en dat klopt eigenlijk ook wel. Want de kans dat het daadwerkelijk 42 graden gaat worden is in deze verwachting slechts 2%.

Veel groter is de kans dat het na volgende week in het zuiden tussen de 30 en 35 graden gaat worden. Die kans daarop is zo'n 50 procent. Ter vergelijking, een normale maximumtemperatuur eind juli ligt tussen 22 en 24 graden.

Soms geeft een exotisch weermodel wel eens vreemde waarden aan. Maar dat het gerenommeerde Europees model (ECMWF) zo extreem gaat komt niet vaak voor. Dan krab je je toch even achter de oren.
Raymond Klaassen, meteoroloog Weerplaza

Hoe werkt de pluim

Een pluim is een bundel verwachtingen voor een locatie. Vijftig keer wordt voor die plek een verwachting berekend waarbij de uitgangspositie van de atmosfeer steeds een klein beetje anders is. Elke berekening noemen we een lid. Als je vervolgens al deze leden over elkaar zet krijg je een pluim. Is de pluim erg smal dan is de verwachting zeker, waaiert de pluim uit dan is verwachting onzeker. Je kunt op deze manier stellen dat elk lid zo'n 2 procent kans is.

In de uitdraai van vanmorgen zagen we dat 1 lid voor 42 graden ging aan het einde van de pluim. Overigens zien we in dezelfde pluim voor hetzelfde moment ook 1 lid voor 22 graden maar die waarde valt wel buiten de trend.

de 42 graden die door 1 lid wordt verwacht

Trend in pluim veel belangrijker

Twee procent kans, dat is niet veel en dus zal dit wel niet uitkomen. Bij Weerplaza denken we ook niet dat het 42 graden gaat worden. Toch deed de pluim vanochtend bij ons de wenkbrauwen fronsen en wel om 2 redenen:

1) We hebben nog nooit een lid 42 graden zien aangeven in Nederland.

2) De trend van de pluim is bijzonder warm. Er lijkt geen einde te komen aan de warmte en aan de droogte.

De trend in de temperatuurverwachting is opnieuw stijgende. Vanaf 23 juli is de kans op 25 graden ruim 80 procent en de kans op 30 graden of meer is zelfs zo'n 50 procent. Op die termijn (zo'n 8 dagen vooruit) is dat zeer uitzonderlijk. Dergelijke percentages moet je serieus nemen.

Landelijke hittegolf

De 42 graden zetten we dus in de ijskast. Dat zal het niet worden, maar tropische warmte is een aantal dagen reëel. En dat betekent dat een hittegolf goed mogelijk is. Omdat ook in De Bilt tropische dagen mogelijk zijn is een landelijke hittegolf niet uitgesloten. Regionaal moet het sowieso gaan lukken. Stel dat het 25, 26 en 27 juli 30 graden wordt en dus tropisch warm, dan kan de hittegolf met terugwerkende kracht geldig worden vanaf 14 juli. Dan moet het natuurlijk wel deze week iedere dag boven de 25 graden worden.

De kans op hoge temperaturen in Midden Nederland de komende 2 weken. Klik voor de andere regio's.

De laatste landelijk hittegolf was in 2015 van 30 juni tot 5 juli. In die periode werd op 2 juli in Maastricht 38,2ºC graden gemeten, de een-na-hoogste temperatuur die ooit in Nederland is gemeten.

Extreme droogte

Wat we ook heel duidelijk in een ander onderdeel van de pluim zien is de droogte. De neerslagkansen voor de komende twee weken blijven bijzonder klein. Op veel plaatsen zal geen druppel vallen en daar waar een bui valt (dinsdag bijvoorbeeld en komend weekend), zijn de neerslaghoeveelheden erg klein, druppels op een gloeiende plaat.

Het neerslagtekort zal dus alleen maar toenemen. Met de huidige verwachting van de neerslag zijn we hard op weg om met het grootste neerslagtekort te maken gaan krijgen sinds het recordjaar 1976. Grote problemen dus voor de natuur en de agrarische sector. De laatste krijgt steeds meer te maken met beregeningsverboden.

Bron: KNMI
Deel:

Files en vertragingen