Terugblik: de ijzelramp van maart 1987

Terugblik: de ijzelramp van maart 1987

Wouter van Bernebeek
Wouter van Bernebeek
Wouter van Bernebeek 2 maart 2024 12:12 uur
Laatste update: 2 maart 2024 12:52 uur
Begin maart 1987 ging Noord-Nederland gebukt onder zware ijzel. Er viel tientallen millimeters regen bij -2 graden en dat zorgde voor een unieke situatie.

Halverwege de jaren 1980 kwamen meerdere winters voor in West-Europa die het aanzien meer dan waard waren. Maar één van de grootste gebeurtenissen op gebied van winterweer in de vorige eeuw vond plaats op 2 en 3 maart 1987. Noord-Nederland kreeg bij die situatie te maken met een heuse ijzelramp, die tot enorme schade en overlast leidde. Het was een gebeurtenis die je zelden op deze wijze ziet.

Serie van felle winters

De winters van 1985, 1986 én 1987 waren stuk voor stuk zeer koud. Talloze setups met sneeuw, gladheid en soms ook ijzel zorgden voor overlast tijdens die jaren. Het seizoen van 1984/85 kende zelfs een totale Hellmannscore van bijna 200 punten in De Bilt: goed voor een achtste stek in de lijst van koudste winters sinds 1901. Niet in elk van deze drie winters werd overigens een Elfstedentocht verreden. In 1987 was het zeker koud genoeg om deze tocht te houden, maar misschien dat het veelvuldig optreden van winterse neerslag toen roet in het eten gooide. Hetzelfde zagen we bijvoorbeeld in de winter van 1979. Maar er gaan ook geruchten dat na twee winters op rij met een Elfstedentocht ('85 en '86) men wellicht een beetje 'elfstedenmoe' was en mede daardoor zou het in 1987 uitgebleven zijn. Tegenwoordig kunnen we ons dat niet eens meer voorstellen... ruim 27 jaar na de laatst verreden tocht.

IJzelramp van 2 maart

In het vroege voorjaar van 1987 was er wel een andere gebeurtenis waar tot op de dag van vandaag over gesproken wordt. Zware ijzel is in Nederland nogal een zeldzaamheid. De laatste keer dat we echt noemenswaardige ijzel hebben gehad in Nederland was januari 2016, toen vooral delen van Friesland en Groningen dagenlang te maken hadden met extreme gladheid. Die dag in 1987 echter bracht misschien wel een grootste ijzelramp in meer dan een eeuw tijd naar ons land.

Dikke ijslaag na de ijzel van begin maart 1987 in Drenthe (Gio van Bernebeek)

Voor het ontstaan van ijzel moet eigenlijk alles 'perfect' samenvallen in de atmosfeer. Dit verschijnsel ontstaat als volgt: zachte lucht sijpelt op grotere hoogte al binnen op nadering van een warmtefront, terwijl de vorst zich nabij het aardoppervlak nog weet te handhaven. Koude lucht is tenslotte zwaarder dan warme lucht en zodoende zal koude lucht in dergelijke gevallen altijd naar de grond 'zakken'. Sneeuwvlokken smelten op deze manier tijdens hun val en de druppels die daaruit voortkomen, zullen vlakbij de grond onderkoeld raken wanneer ze weer in de koude lucht terecht komen. Onderkoeld wil zeggen dat regendruppels een temperatuur lager dan 0 graden ontwikkelen (maar nog zonder te bevriezen). Zodra zo'n druppel vervolgens een voorwerp of de grond zelf raakt, zal het meteen transformeren in massief ijs.

Die bewuste 2 maart lag de grens tussen zachte en zeer koude lucht recht over ons land, iets wat we tegenwoordig ook met enige regelmaat zien gebeuren tijdens de wintermaanden. Het lagedrukgebied zelf bevond zich boven het noordwesten van Duitsland. Noord-Nederland had toen te maken met een noordoostenwind en vorst, terwijl het midden en zuiden onder invloed van een westenwind juist vrij zacht werden. Langs de grens tussen deze luchtsoorten viel veel neerslag. In een brede strook van Noord-Holland naar het noordoosten van Nederland regende het langdurig, terwijl de temperatuur daar tegelijkertijd tussen -1 en -2 graden bleef steken. Lokaal viel tot wel 30-35 mm (!) onderkoelde regen. Onder zulke omstandigheden kan zich een ijslaag van formaat vormen in het landschap.

Dikke ijslaag na de ijzel van begin maart 1987 in Drenthe (Gio van Bernebeek)

Dikke ijslaag na de ijzel van begin maart 1987 in Drenthe (Gio van Bernebeek)

Een stukje uit het Dagblad van het Noorden, 3 maart 1987

Regionaal enorme schade

Onder het gewicht van deze enorme hoeveelheid ijs ontstond in sommige gebieden grote schade aan het landschap. Bomen sneuvelden op uitgebreide schaal, grote takken braken af en zelfs elektriciteitsmasten begaven het op sommige plaatsen. Daardoor kwamen herhaaldelijk stroomstoringen voor en kwamen dorpen dagenlang zonder elektriciteit te zitten. Ook in de dierenwereld zorgde deze ijzel voor bizarre taferelen. Veel dieren veranderden door de langdurige regenval in 'standbeelden' van ijs en vonden op die wijze de dood. Voor andere dieren was het vinden van voedsel in de periode na de ijzel vrijwel onmogelijk. Na het optreden van deze ijzelstorm, bleef het nog ten minste een weeklang namelijk matig tot streng vriezen. Iets wat zeer uitzonderlijk is voor de maand maart. 

Op de temperatuurkaart hieronder zien we de gemiddelde etmaaltemperatuur van 2 maart 1987. In het midden en zuiden van Nederland steeg de temperatuur naar ruim 10 graden, terwijl Drenthe en Groningen een zogenaamde ijsdag kon bijschrijven. Daarvan spreken we als de temperatuur het hele etmaal onder nul ligt. Overigens zouden na deze dag nog minstens tien ijsdagen volgen in delen van het noordoosten.

De gemiddelde etmaaltemperatuur van 2 maart 1987 (Wetterzentrale.de)

Uiteindelijk viel half maart overal de dooi in en verdween het ijs snel. Maar de herinnering bleef, mede door toedoen van talloze foto's die gemaakt zijn door mensen die naar het ijzelgebied zijn afgereisd. Een speciale weervideo hebben we gemaakt over ijzel in het algemeen en in het bijzonder de situatie van maart 1987. Inclusief videobeelden. Die kun je hieronder bekijken:

Speel deze video af

Foto omslag: Gio van Bernebeek

Files en vertragingen