Raymond Klaassen

Wat is een tropennacht?

21 juli 2018 13:47 uur (bijgewerkt: 26 juli 2018 10:10 uur)
Wanneer spreken we van een tropennacht of tropische nacht? Het antwoord is simpel. De minimumtemperatuur mag niet onder de 20 graden komen.

Minima van 20 graden

Het gebeurt niet vaak in Nederland, een minimumtemperatuur die boven de 20 graden blijft. Aan zee komt het in de zomer soms voor omdat het warme zeewater een sterke afkoeling van het aangrenzende land in een warme periode tegenhoudt. Landinwaarts komt het op de meetstations maar weinig voor. Doordat de thermometers in open gebieden staan is er over het algemeen 's nachts toch wel dusdanig veel afkoeling dat het het kwik tot onder 20 graden daalt.

Op het hoofstation van het KNMI is het sinds de metingen (1901) maar 5 keer voorgekomen dat de thermometer niet onder 20 graden kwam. De laatste keer was op 2 juli 2010. Op Vlissingen en Eindhoven bleef het op 19 juli 2017 ook nog boven 20 graden.

Stedelijke gebieden warmer

Deze weerkaart toont de verwachte minima van 27 juli 2018. Een tropennacht!

In steden staan geen officiele meetpunten. Dat is jammer want in een stad blijft de warmte tussen de gebouwen veel makkelijker hangen. Steden noemen we ook wel hitte-eilanden en daar komen dus veel vaker tropische nachten voor. 

Hoeveel warmte er blijft hangen is voor een groot deel afhankelijk van hoe de stad is opgebouwd. In een centrum met hoge gebouwen en smalle straatjes zal het warmer zijn dan op een groot open plein in de stad. Maar ook verkeersaders, elektrische apparatuur, verwarming en dergelijke geven warmte af aan de stad waardoor het warmer blijft.

Daarnaast is in een stad de verdamping een stuk lager omdat er minder groen is en veel meer steen. In stadsparken of grote plantsoenen is 's nachts vaak heel duidelijk te merken dat het daar koeler is omdat daar de verdamping wel hoog is.

Het verschil tussen stad en omgeving kan in extreme situaties wel oplopen tot meer dan 5 graden. Wordt er op Schiphol een minimum van 17 graden gemeten dan is er een kans dat in het centrum van Amsterdam bij dezelfde omstandigheden de temperatuur blijft steken boven de 20 graden. De daadwerkelijke afwijking tussen centrum en buitengebied is met name afhankelijk van de hoeveelheid wind en bewolking.

Wanneer er weinig wind staat is het temperatuurverschil tussen stad en platteland groot. Ook bij weinig bewolking is het verschil groter.

Uit onderzoek is gebleken dat voor een stad met zo'n 10.000 inwoners het verschil kan oplopen tot circa 4 graden. In een grote stad met 200.000 inwoners kan het verschil bij heldere en windstille nachten oplopen tot 7 graden. Dergelijke nachten komen in Nederland maar weinig voor en dus is de afwijking in een nacht tussen stad en omliggend platteland vaak een stuk kleiner.

New York een mooi voorbeeld

Central Park midden in New York
Klik voor vergroting

New York City is een mooi voorbeeld van een hitte-eiland. De stad is gestructureerd opgebouwd met veel hoge gebouwen en miljoenen mensen. Hoge gebouwen omzoomen het Central Park dat in de zomer voor enige verkoeling zorgt aan de inwoners. Studenten hebben ooit onderzoek gedaan naar het verschil tussen bebouwing en park. Ze zijn 's ochtends en 's avonds dwars door het park gelopen terwijl ze continu de temperatuur aan het meten waren. Ze begonnen tussen de hoge gebouwen ten westen van het park en eindigden tussen de wolkenkrabbers ten oosten van het park. Het park was beduidend koeler dan de omliggende bebouwing hetgeen natuurlijk prima past bij de theorie.

Steden ook overdag warmer

Op mooie zomerse dagen is het in de stad ook meestal warmer. De theorie van een hitte-eiland gaat ook dan op. Er is weinig verkoeling en de gebouwen absorberen veel warmte die ook weer uitgestraald wordt. De temperatuur kan zo makkelijk oplopen.

(informatie voor dit artikel komt deels uit de KNMI publicatie: Warmte-eilandeffect van de stad Utrecht.)

Deel:

Files en vertragingen