Hoe speelt het weer een cruciale rol bij het lawinegevaar?

Maarten Minkman
Maarten Minkman 18 januari 2021 11:34 uur
Laatste update: 18 januari 2021 16:01 uur
Uiteraard is er eerst sneeuw nodig voordat een lawine kan ontstaan, maar naast sneeuwval speelt het weer een cruciale rol bij het lawinegevaar.

Veel wintersporters hebben dit misschien wel een keer meegemaakt: een strakblauwe lucht en weinig wind. De bergen nodigen uit maar dan kijk je naar het lawinegevaar: matig tot groot. Hoe kan dit en welke rol speelt het weer bij het risico en ontstaan van lawines? Nu er voorlopig een negatief reisadvies is afgegeven voor buitenlandse reizen is het een mooi moment om wat meer achtergrondkennis op te doen. In dit artikel nemen we je mee in de bijzondere wereld van sneeuw en lawines. 

Bij deze lawine is door de scherpe rand goed te zien dat de bovenste laag van het sneeuwdek deels naar beneden is gekomen door een breuk van een zwakke laag binnenin het sneeuwdek. Foto Maarten Minkman gemaakt in Kühtai.

Een lawine is ‘een massa sneeuw of puin die langs de helling van een bergt neerstort’. Vaak ontstaat een lawine als er een zwakke laag binnenin de sneeuwlaag zit of er een slechte binding met de bodem aanwezig is. Als er boven zo'n zwakke laag stevigere en beter aan elkaar hechtende sneeuw ligt kan deze over die zwakke laag gaan glijden. Dit kan spontaan gebeuren of door een 'trigger' zoals een skiër of vallende steen. Deze belasting drukt door in het sneeuwdek tot een zwakkere laag bereikt wordt. Zo'n zwakke laag is soms maar enkele centimeters dik maar kan er wel voor zorgen dat het sneeuwdek breekt en de sneeuw van de helling afglijdt.


Als de eerste sneeuw valt

Al eerder schreven we over herfstsneeuw en lawines. Sneeuw die in de herfst of de vroege winter valt kan wekenlang voor een verhoogd lawinegevaar zorgen in de bergen. Dit komt omdat er een zwakke laag van broze kristallen zich aan de bodem kan vormen. Uiteraard zijn er nog veel meer factoren die het lawinegevaar bepalen. Naast de hellingsgraad en belasting op het sneeuwdek (van een steen, skiër of wandelaar) speelt het weer een cruciale rol. De vorming van zwakke lagen in de sneeuw die kunnen breken is vaak belangrijk en beïnvloed door het weer.

Wind: de bouwmeester van lawines

Wanneer de sneeuw op deze manier van de bergkammen geblazen wordt neemt het risico's op lawines vaak flink toe. Foto: Maarten Minkman

De wind is misschien wel de belangrijkste factor voor het risico op lawines. Zoals er bij de Duitstalige lawinediensten mooi gezegd wordt: "Der Wind ist der Baumeister der Lawinen”. Oftewel: dit wind vormt een cruciale rol in de toename van het lawinegevaar. Hoe zorgt wind voor een verhoogd risico?

Als het hard waait in de bergen wordt de sneeuw verplaatst. Op de ene plek waait er sneeuw weg en die wordt elders compacter neergezet. Daar waar de sneeuw is weggewaaid kan het zijn dat een zwakke laag te dicht bij het oppervlak komt te liggen. Een belasting van een skiër of wandelaar kan dan zorgen voor een breuk van die zwakke laag waardoor de sneeuw kan gaan schuiven.

Tegelijkertijd kan wind ook zelf voor een zwakke laag zorgen. Daar waar sneeuw compact wordt neergezet kan losse (verse) sneeuw ingesneeuwd raken. Zo ontstaat er een zwakke laag met losse, slecht gebonden, sneeuw met daarboven een compacte laag sneeuw gevormd door de wind. Door het eigen gewicht (soms kan er meerdere meters aan sneeuw afgezet worden door de wind) of belasting op het sneeuwdek kan deze laag breken en de sneeuw die erbovenop ligt gaan schuiven. Oppassen dus als er duidelijke sporen van wind te zien zijn in het sneeuwdek. Die sporen zijn vergelijkbaar met de contouren van zandduinen of sporen in het zand na een harde wind op het strand. 

Dit soort sporen in de sneeuw zijn een teken dat de harde wind sneeuw heeft verplaatst. Foto AdobeStock/luciezr

Koude sneeuw op warme sneeuw of andersom

Naast de wind zijn temperatuurverschillen in het sneeuwdek ook een risico. Het kan voorkomen dat na een relatief warme periode er verse sneeuw valt en de temperatuur sterk daalt. Hierdoor valt er relatief koude sneeuw op een relatief warm sneeuwdek. Het kan ook andersom: na een koudere periode valt er relatief warme sneeuw op een relatief koud sneeuwdek. 

Op het moment dat deze sneeuw valt er is niet direct een probleem. Deze ontstaat in de uren en dagen die volgen. Door de temperatuurverschillen binnen het sneeuwdek ontstaat een transport van vocht. Dit temperatuurverschil kan oplopen naar een paar graden binnen 1 meter sneeuw! Vanuit de warmere sneeuwlaag wordt vocht getransporteerd naar de koelere sneeuwlaag. Op de overgang van de warme en koude sneeuw ontstaat een zwakke laag met broze kristallen. Er verdwijnt namelijk massa rondom deze overgang naar de koelere laag. Deze zwakke laag kan bij belasting breken waardoor sneeuw erboven kan gaan schuiven. Het lastige van deze situatie is dat deze laag middenin het sneeuwdek ligt en pas gevonden kan worden door een sneeuwprofiel te graven.

Temperatuur

In de vroege herfst kan sneeuw spontaan van de nog warme Alpenweides glijden. Foto: Stubaital in november 2019 door Maarten Minkman.

Niet alleen de temperatuur van de sneeuw, maar ook die van de lucht is belangrijk voor het risico op lawines. Als het bijvoorbeeld dooit dan smelt een deel van de sneeuw waardoor het sneeuwdek zwaar wordt. Wanneer de helling stijl genoeg is kan de sneeuw spontaan op de bodem van de helling gaan glijden. Er is dus geen belasting van skiërs of wandelaars nodig in dit geval. Dit soort lawines zien we vaak in de herfst of lente. In de herfst speelt de dan nog warme bodem ook een belangrijke rol. Er ontstaat dan een smeltlaag aan de bodem waardoor de bodem te glad wordt en de sneeuw kan gaan schuiven. Een belangrijk voorteken zijn scheuren die zichtbaar zijn in de sneeuw. 

Een voorbeeld van een lawine ontstaan door oplopende temperaturen in de late herfst. Foto gemaakt in november 2019 in het Stubaital door Maarten Minkman

Tijdens de lente komen geregeld ook ‘oude problemen’ weer aan bod. De voorgeschiedenis van de winter is hierin belangrijk waarbij oude zwakke lagen weer te dicht bij het oppervlak kunnen komen te liggen. Daarnaast kan de zwakke laag nabij de bodem (die is gevormd in de herfst of vroege winter) juist het afvoeren van smeltwater faciliteren. De zwakke broze laag biedt weinig weerstand tegen stromend water waardoor de verbinding met de bodem wegvalt. Ook wordt de sneeuw steeds zwaarder en vochtiger door het warmer wordende weer en krachtigere zon wat het risico op spontane lawines groter maakt. 

Regen

Als er regen valt kan alle sneeuw verdwijnen, maar regen kan ook voor een groter risico op lawines zorgen. De sneeuw wordt ten eerste een stuk zwaarder. Daarnaast zoekt smelt- en regenwater zich een weg door de sneeuwlaag waardoor deze verzwakt. Dit water kan in de sneeuwlaag weer bevriezen en zo een korst van ijs vormen midden in het sneeuwdek. Zo’n laag is vaak zwak wat weer voor een risico op lawines zorgt. In tegenstelling tot andere weersinvloeden is regen makkelijk te herkennen: sporen die op riviertjes lijken in de sneeuw. En daarnaast weet de wintersporter natuurlijk als geen ander of een wintersportdag letterlijk in het water is gevallen door regen. 

Ingesneeuwde rijp of korrelhagel

Als dit soort losse ijskristallen van rijp insneeuwen vormt zich een zwakke laag binnenin een sneeuwdek die lastig te herkennen is. Foto: Marianne de Blauw-Ganzevles (november 2019)

Er zijn ook subtielere en lastig te herkennen processen die een zwakke laag op de sneeuw kunnen vormen: rijp en korrelhagel. Korrelhagel bestaat uit losse bolletjes ijs die slecht met elkaar binden. Rijp bestaat juist uit losse ijskristallen en vormt ook een zwak geheel. In het principe is er nog niets aan de hand als er rijp of korrelhagel op een sneeuwdek ligt. Deze ontstaan pas als deze ingesneeuwd raakt. Zeker in combinatie met wind en sneeuwval (gebonden en stevige sneeuw wordt ergens afgezet). Zo’n zwakke laag breekt gemakkelijk bij weinig belasting met alle gevolgen van dien terwijl deze laag heel lastig te herkennen is uit een sneeuwprofiel. Men moet echt weten hoe het weer zich heeft gedragen in de voorgaande periode om te weten of rijp of korrelhagel op het sneeuwdek aanwezig kan zijn. 

Risico op lawines: meer dan sneeuw alleen

Zo blijkt maar weer dat sneeuw en lawines niet alleen afhangen van de sneeuw zelf, maar dat ook andere factoren van het weer een cruciale rol spelen. Locals weten vaak als geen ander hoe het weer was in de laatste weken en waar de risico’s het hoogst zijn. Waar wordt de sneeuw bijvoorbeeld heen geblazen en neergezet bij een storm in de bergen? Of zijn er buien met korrelhagel geweest? De lawine experts weten ook verschillende risicofactoren te combineren om het gevaar in te schatten. Laat je altijd goed informeren en neem de juiste voorzorgsmaatregelen mocht je de piste willen verlaten.


Omslagfoto: AdobeStock / Nakimori

Deel:

Files en vertragingen